Jerommeke
De afspraak was gemaakt: het werd één van die geprivilegieerde boodschapjes in de hectische spanne van vijf uur tussen de landing van mijn vlucht uit Zwitserland en mijn vertrek vanuit dezelfde Zaventemse luchthaven naar Islamabad. Om half twaalf 's morgens om precies te zijn, aan het Louiza-rondpunt in Brussel en meer bepaald aan de hoek van de Club Med Gym. Een plek omgekeerd evenredig met de aard van het beestje. Bitter weinig gemeen immers met het object van de transactie: de overdracht van een kogelvrije vest."Uit de tijd van papa Kabila", had de Brugse zakenman en eigenaar van de maliënkolder in kwestie sappig gecommentarieerd op een receptie in het Egmontpaleis een paar maand geleden. We waren er elkaar tegen het lijf gelopen op zo'n business-meets-ambassadors-gebeuren waar wel meer CEOs uit het Texas van Vlaanderen en posthoofden op leeftijd herinneringen aan hun hippiejaren ophaalden van zodra ze hoorden dat mijn eerstvolgende bestemming Kaboel, Afghanistan zou zijn. Bij het visitekaartje en een verhaal over een verloren gewaande Afghaanse jeugdvriend had toen ook de belofte gestoken van een ongebruikte kogelvrije vest. Amper vijf kilo (het ideale, zwaarbenijde gewicht van de laatste Noorse modellen, zoals ik later van een Belgische aalmoezenier zou vernemen) die mee in mijn bagage konden indien gewenst.
En zo geschiedde. Ik kreeg het kleinood geserveerd op het voorziene uur, op de voorziene plaats, door de voorziene zakenmensvriendin-journaliste van avontuurlijke reisreportages (zelf klaar om te vertrekken naar Algerije - ook alweer niet evident om vrij gelijkaardige redenen). Dezelfde mix van Frans, Engels en Brugs: "All the best in Afghanistan. Het model is wellicht een beetje te corpulent voor u, maar allee - hopelijk hebt ge het niet nodig". Vooral dat laatste dus. Mijn drie voorgangers in het Belgische bureau te Kaboel namen er nooit zelf één mee, dat weet ik, maar het geeft dat goede gevoel aan werkelijk alles te hebben gedacht. En dus ook aan de cd met de Brabançonne, en het gasvuurtje en waterfilter voor de je-weet-maar-nooit-omstandigheden. Nu maar hopen dat British Airways al mijn overgewicht slikt. Pleenknegt zal barok zijn of niet zijn, en dus ook zijn bagage.
In mijn handbagage liet ik Karpax de Stalen Man nog net niet duiken - probeer met zoveel heavy metal maar eens de veiligheidsscreening op de luchthaven door te komen! Bij navraag leek het in elk geval wel geen probleem voor een kartonnen doos niet-begeleide bagage. Voor diezelfde maandag dus nog maar eens een onmogelijke klus erbovenop: binnen het uur tussen mijn eigen check-in en inscheping nog eens heen-en-terug naar de cargoluchthaven om dat alles te gaan inklaren. Als ik aan dat trimtempo kilo's blijf verliezen waai ik vanzelf wel uit die vest, om even mijn oma te parafraseren.
"Het is nog schoon wit" wilde de vriendelijke eigenaar nog kwijt. "Het is niet al te dik, dus ge kunt het onder uw hemd dragen, maar dan zult ge er wel een beetje als Jerommeke uitzien". Alsof dat al niet het geval was, in mijn isotherme Patagonische soldenjas, gekocht bij zo'n andere sloeber van een zelfverklaarde avonturier.
(foto: het Jerommekeseffect)


0 Comments:
Post a Comment
<< Home