Thursday, March 22, 2007

Now Ruz in Mazar



Een nieuwe lente, en een nieuw begin, om het even met herman gortig te maken. Voor deze blog, die haast een jaar lang een slapend bestaan heeft gekend. En voor de Afghanen, voor wie 21 maart niet alleen het Taliban-lenteoffensief inluidt, maar ook gewoon het nieuwe jaar tout court. 1386 meerbepaald, anu domino zoals mijn bank in Kaboel totaal onterecht laat weten op een aanplakbiljet (ze moesten eens weten wie die domino is; en dat anu de ablatief van anus is hen blijkbaar ook niet duidelijk). Voor de festiviteiten rondom het Afghaanse nieuwjaar (Now Ruz) moet je in Mazar-i-Sharif zijn, de stad in het noorden waarin een westerse sterveling als ik eens een beetje op het gemak kan rondwandelen, in tegenstelling tot in Kaboel. Waar je de tulbanden en de chapans (van die ruime jassen met twee keer te lange mouwen, à la Karzai) kunt bewonderen (ook frequenter hier), en een regionale match van de nationale sport buzkashi (foto 2) in zijn heimat kunt gaan bijwonen. En bovenal ook de prachtige moskee van imam Ali kunt gaan zien, vooral tijdens het ceremoniële oplaten van de nieuwjaarsvlag (foto 1). Bij die plechtigheid kon je de niet-Afghanen, op een Turkmeense consul, een Zweedse commandant en een paar Centraal-Aziatische paardenkoppen na, trouwens op één hand tellen.

Les Cavaliers

Ter voorbereiding van mijn Mazar-uitstapje was ik wat beginnen lezen in Les Cavaliers, een Afghanistan-"klassieker", in de sixties geschreven door Joseph Kessel. Naar het schijnt een fijne evocatie van de Afghanen, hun zeden en gewoonten, ... en hun buzkashispel (een soort van polo, indertijd naar het schijnt ingevoerd door de troepen van Djengis Khan, en gespeeld met een geitenkarkas als voorwerp van competitie). All the way the paperback was on my knee, maar jongens, wat een saaie boel (een boek dat honderd pagina's nodig heeft om op gang te komen, is geen goed boek, laat staan één waar alle personages dezelfde eigenschap toebedeeld krijgen, in kwestie: "trots"). Gelukkig op die manier toch ook wat buzkashi-termen en -weetjes opgedaan, om te kunnen vaststellen dat het terrein voor deze ruwe nationale ploegensport inderdaad ook deels wordt afgebakend door vrachtwagens en voertuigen allerhande (waar occasioneel een aantal paarden zich toch nog een weg door banen, tot groot vermaak en uiteenstuiving van het publiek). Wat die kerel met zijn smurfenblauwe pruik (artikel hierboven) in het geheel kwam doen - arbiter? ploegleider? de plaatselijke Rik De Saedeleer in het zadelleer? - is me nog steeds niet helemaal duidelijk, maar lawaai en commentaar kwam er alvast wel uit zijn megafoon. Wat er ook van zij, een nieuwjaarsbuzkashi is zo'n kleurrijk en geweldig spektakel dat ik jullie een paar extra beelden ervan niet wil onthouden.
Hier ook buitenlandse waarnemers op het appel
Lokale toeschouwers

De woesteling uit Sar-i-Pul met het kopje thee heeft zopas een manche van de wedstrijd gewonnen

De bontmutsen zijn een typische buzkashi-tooi; let ook op de verbeten trekken in al dit gedrum van paarden en venten

Wednesday, March 21, 2007

Cérémonie protocollaire

C'est la beauté de ce boulot: un jour on se trouve au milieu des moutons, le lendemain on est installé parmi les vip à l'un des évènements politico-culturels clés de l'année afghane. En soi il s'agit d'une recette assez simple: après de bien longs discours, on hisse un drapeau multicolore. La zone autour du drapeau, entouré de grillages, sera rempli de vêtements et de foulards de tout genre pendant un mois par les pélerins passants - cela porte bonheur pour la nouvelle année, semble-t-il...

Strange fruits


In dit heilige der heiligen kom je op een doordeweekse dag niet binnen. Van hieruit kun je ook een steelse blik werpen op de vrouwelijke helft van Mazar, die vanuit afzonderlijke delen van het complex de plechtigheid volgt


Al die willen de vlag oplaten, moeten mannen met baarden zijn



Wel meer speculatie mogelijk, bij deze fotograaf-karakterkop in dit streng-islamitische land...

Balkhenende

"The Oxus River!" zou die geblondeerde Australische boerenpummel uit Alexander hebben uitgeroepen. Je zou het ook gewoon Balkhenende kunnen noemen, want deze monumentaal brede, beroemde rivier scheidt de Afghaanse grensprovincie Balkh (hoofdplaats: Mazar-i-Sharif) van Oezbekistan. De Oxus (antieke, Hellenistisch-Romeinse naam) of Amu Darya (in de lokale talen, lett.: "de rivier Rivier") is altijd al de duidelijkste en meest stabiele Afghaanse grens geweest doorheen de eeuwen, en eigenlijk de eerste fysieke grens van Afghanistan die ik te zien krijg sinds mijn verblijf in het land. Dat komt ervan als je altijd in- en uitvliegt natuurlijk. Het is dezelfde rivier die het langzaam uitdrogende Aralmeer voedt (omdat de Oezbeken en andere Turkmenen verderop nogal kwistig omspringen met irrigatiewater, en dan zijn de Afghanen nog niet eens met irrigatie aan hun kant begonnen!). De geweren hoeven, behalve voor vegetariërs, niks alarmerends te hebben: deze Afghaanse grensboys schieten enkel op oevervogeltjes. Khairaton heet het grensdorp, en er is geen Sheraton - wel een car-wash (en zelfs die was fotogeniek bij zonsondergang) en wellicht ook een vismijntje, gelet op de rubberlaarzen en groene voorschoten van de lokale bevolking. Aan de overkant ligt Termez (een thermische versie van Flippez) waar de Duitsers hun militaire basis hebben, waar vliegtuigen van en naar Ramstein en Köln-Porz-Wahn dagelijkse kost zijn, en de existentiële vraag aan de nieuwkomers in het tentenkamp, zoals wellicht reeds eerder in deze pagina's gesteld, luidt: "Bockwurst oder Frikandelle?" (zet er omwille van de eerder gebiedende toon gerust nog maar een uitroepteken bij). En met al dat kan ik me niet van de indruk ontdoen dat mijn Leicatje me hier andermaal niet in de steek heeft gelaten.

Tuesday, March 20, 2007

Dehdadi-Mazar-Khairaton

Deze tegenliggers bereiden zich voor op de grote regionale buzkashi-wedstrijd in Mazar van morgen. Morgen zullen ruiters en paarden vol heroïsch bloed, zweet en stof komen te zitten, maar nu zien ze er nog best elegant uit.



Onderweg nog even een babbel bij een kop thee met de eigenaars van al die kudden schapen. Ze doen me zo'n prachtige lange traditionele Afghaanse groene mantel (chapan) cadeau.


Een verrassing in dit anders vrij groene plat pays: een stuk woestijnlandschap vlak voor de uiterste noordgrens van Afghanistan! Met een paar palmbomen erbij kan dit zowaar nog dienst doen in James Bond's Afghanistan (zie The Living Daylights, met een soundtrack van A-HA en dank voor het decor aan Z.M. Koning Hassan II van Marokko ["Mujahedin, James?" "Yes, Truttemie, freedom fighters against the Soviet invasion!"] )

Symphonie pastorale (version AF)

"Ziertlamgods dat wegneemt" etc.


Bovenstaand kiekje zou (op één detail na - wie vindt het?) recht uit Zeffirelli's Jezus van Nazareth kunnen komen, toch? Deze Afghaanse Georgica, Bucolica wilde ik jullie niet onthouden. De glooiende heuvels van Dehdadi zijn mischien wel herderlijk, maar bij nader inzien niet zo bucolisch: in de voorbije decennia is het veebestand in Noord-Afghanistan immers, door droogte en onveiligheid, tot ongeveer de helft geslonken. Dit Thais-Belgisch project probeert daar in de eerste fase van een project "alternatieve teelten" iets aan te doen, via vaccineren en inventariseren van kuddes karakul-schapen, waarvan de befaamde astrakhanwol ondermeer gebruikt wordt in het karakteristieke Karzai-hoofddeksel. Vergis je niet - in tegenstelling tot de meeste andere Afghaanse textielgoederen kan zo'n hoedje makkelijk twee-, driehonderd euroots kosten!

De herder met de motorfiets hieronder links heeft een knipmes in de hand. Daarmee is hij zinnens het (zieke) karakul-lammetje links bij de eerste gelegenheid van kant te maken. Hij stoot echter op een aantal tere zieltjes in ons hoofdzakelijk niet-afghaanse gezelschap (schaduwen).







Na sobkach Mazarië (r)
De "blauwe" zijn de duurste...
Schaap tagje schaap,
wie schrikt zich hier een aap

Mijn goeie ouwe Rode Kruis


Vanochtend zijn we op bezoek in de orthopedische kliniek van het Rode Kruis in Mazar. Groot, en naar Afghaanse normen bijzonder goed uitgerust: 71 lokale personeelsleden, een revalidatie- en reëducatiecentrum, een prothesenatelier (zie hieronder) en ga zo maar verder. Paul, de Belgische fysiotherapeut vertrok indertijd voor zes maand naar Afghanistan en bleef er uiteindelijk tot op heden... 11 jaar. Hij heeft dus de hele ontwikkeling van dit centrum meegemaakt, van hulp aan slachtoffers van de gruwelijkste verminkingen tijdens de Talibanperiode (Mazar, de laatste grote stad die standhield tegen de Taliban, was in het bijzonder het toneel van interetnische massaslachtingen en offensieven allerhande), met het invliegen van alle apparatuur en medicatie vanuit Peshawar in Pakistan, tot de goed draaiende kliniek (inclusief keurig onderhouden bloementuintjes) nu. Respect!

Inmiddels is het ook duidelijk dat Khalid en Basir met onze gepantserde jeep niet vanuit Kaboel tot in Mazar zullen geraken. Gisteravond hadden ze al moeten aankomen, maar de Salang-bergpas en -tunnel (enige verbinding tussen Kaboel en Noord-Afghanistan) zat overdag potdicht. In deze periode is slipgevaar een reëel risico op deze aan diepe ravijnen palende weg - die op zich nochtans in goede staat verkeert - en ook sneeuwlawines kostten dezer dagen alweer het leven aan de inzittenden van minstens vier voertuigen. Ons voertuig is een oud monster dat binnenkort vervangen wordt, maar mijn personeel ligt me iets te nauw aan het hart voor halsbrekende toeren! Voor Mazar is het dichthouden van de Salang trouwens wel even stressen - want duizenden Now Ruz-feestvierders moeten er doorheen om mee te komen vieren. Veel later die avond ging de pas dus terug open - onze vrienden van de Thaise Koninklijke Stichting (met wie we deze namiddag op terreinbezoek gaan) en medewerkers van de EU-gezant geraakten op die manier over de weg in Mazar rond 3 uur 's nachts, en kunnen indrukwekkende foto's voorleggen waarop het lijkt alsof hun Toyota Land Cruiser door een meterslange koelkast rijdt (een lange koker sneeuwgeruimd door de Afghaanse overheid, tussen twee indrukwekkende "ijsmuren" door).

Monday, March 19, 2007

Bazar-i-Sharif

Afghaanse tapijten zijn minstens zo degelijk als Perzische uit Iran, zo las en hoorde ik wel vaker, nog vóór mijn vertrek naar Kaboel vorig jaar. En goedkoper. En wellicht nóg goedkoper en beter in Mazar, het mekka van de Turkmeense tapijtwevers. En vermits we in ons nieuw pand wel nog wat wanddecoratie kunnen gebruiken, zeg ik niet nee tegen een fijne, licht-abstracte, simpele kilim. Maar die vind ik niet meteen... Groot is mijn verbazing bovendien in elke winkel als verkoopsargument te horen gebruiken dat duur tapijt x of y gemaakt is uit... Belgische wol! En dat vertellen ze mij dus één na één, nog vóór we de kans krijgen ons kenbaar te maken.


Ik vind de goedkoopste tapijten vaak mooier dan de duurste, en ben zelfs dan nog niet overtuigd. Op naar de Bazar van Mazar dus maar. Voor een aantal andere lokale snuisterijen: tulband, een chique chapan, een reeks doodeenvoudige tafelonderleggers. En zich tegelijk een weg banen tussen de Chinese brol: plastieken pantoffels, nep-electro en ga zo maar verder. Maar dus wel allemaal lekker te voet in een Afghaans stadskader dat wemelt van het volk, van overal toegestroomd - een nieuwe ervaring...


Nieuwjaarsverlichting in Mazar: een luxe die Kaboel zich op één of andere manier niet kan permitteren, wellicht wegens te ver weg van de stroombevoorrading uit de Centraal-Aziatische buurlanden. Vergeleken bij de hoofdstad is Mazar by night lichtgewijs dus een waar Las Vegas, waar niet alleen de blauwe moskee, maar ook Massoed- en Karzai-affiches allerhande uitgebreid van profiteren. We sluiten de avond af in het enige restaurant die naam waardig in Mazar (en dat is dan in feite nog de kantine van een guest house). Aha? Ik denk aan Paul, een fysiotherapeut die hier al meer dan zes jaar werkt en vanavond met ons aanzit bij het etentje van de 'Belgische gemeenschap in Mazar'. Frequenteert die dan al zes jaar hetzelfde adres? Ocharme. Een verrassing - dat terwijl Kaboel een waar paradijs is van internationale cuisine en sfeervolle eetgelegenheden allerlei. We lachen allebei hartelijk als Walter een paar familieleden in België imiteert: "Op restaurant? In Kaboel?? Maar joeng toch, met al die boemmen die om uwe kop vliegen?!".

Het schrijn van Hazrat Ali

Nog wat kiekjes her en der van dit fenomenale complex uit de 15de eeuw (huidige versie), waar het stoffelijk overschot van kalief Ali volgens de overlevering vanuit Najaf (in Irak) zou zijn heengebracht. Van de ene conflictzone naar de andere, als het ware. Ik stond zelf versteld over de omvang en de gaafheid van het geheel. Zó veel foto's van de moskee vind je in reisgidsen nu ook weer niet (en reisgidsen Afghanistan zijn zowiezo eerder schaars), dus ik had het me in mijn verbeelding stoffiger, kleiner en verwaarloosder voorgesteld. De bezoekers zelf (betrekkelijk weinig dikke Amerikaanse frigobox-toeristen hier) zijn op zich al een studie waard...








Het schoenenkabinet, duivenkot of beide (rondom de moskee wemelt het van de witte duiven - als zij vertrekken, dan gaat het fout, zegt de folklore)





Nog twee dagen voor Now Ruz, Afghaans nieuwjaar - vlaggenmasten behangen maar.

De Moeder van Alle Steden

Voilà, vanochtend vroeg vertrokken uit Kaboel met een binnenlandse VN-vlucht naar Mazar-i-Sharif (in feite een afdaling van mijn troon van 1800m, naar nog niet eens de helft van de Barak Frituur), en in de namiddag zetten we alweer koers over de weg om een kijkje te gaan nemen op één van de rijkste archeologische sites ter wereld - al zou je dat op het eerste zicht van het slapende stadje Balkh niet zeggen. Mijn gastheer in de gelijknamige provincie is landgenoot Walter (zonnebrilvent achteraan op deze foto), die hier voor UNDP werkt maar wiens half-Europese, half-Afrikaanse gezin in Gambia woont, en die samen met Habibullah (de Afghaan in westers kostuum) een prachtig driedaags programmaatje voor me heeft uitgedokterd. Aangekomen in Balkh begroet de districtgouverneur (derde van links, prachtige blauwe chapan-mantel en mysterieus groene ogen) ons met een brede glimlach en "Welkom, onder mijn vleugels zijn jullie veilig". Wat we niet weten is dat even eerder die namiddag uitgerekend in Balkh de enige Afghaanse ontploffing van de dag is gehoord - wellicht een bommenmaker die er het hachje bij liet in zijn fabriekje; boontje komt om zijn loontje. De Afghanen zijn wel wat meer dan dat gewend, en dus geeft de districtgouverneur ons een rondleiding tussen de monumenten van de stad, alsof er niets aan de hand was. Die monumenten zijn dan ook wel bijzonder talrijk en indrukwekkend, en beslaan een periode van vóór Alexander de Grote tot de 13de eeuw. Daarom wordt dit oord bombastisch de Moeder der Steden genoemd (ruikt een beetje naar Saddam-retoriek, als je het mij vraagt, maar dit werkt blijkbaar in dit deel van de wereld - een minister heb ik in Kaboel eens gecharmeerd door te stellen dat Pashto de Moeder van alle Westerse Talen was, en de vis beet gretig!). Naast de huidige stad ligt bijvoorbeeld iets hogerop een immense, cirkelvormige steenwoestijn die de stad Bactra moet zijn geweest die Alexander op zijn tocht aantrof en omdoopte tot Alexandria Bactrianum. Nota: de andere mannen op de groepsfoto zijn locals, en ze hebben zich niet speciaal zo uitgedost. De elegante tulbans zijn standaarduitrusting in dit deel van Afghanistan; de pakol of Tadzjiekse pannekoek die ikzelf heb meegebracht tegen de frisse lentebries doen zij smalend af als "iets gemakkelijks, voor buitenlanders en Panshiri's" (met deze laatsten, waartoe ook nationale held Massoed behoorde, wordt nogal eens de spot gedreven, een beetje zoals met West-Vlamingen - als "strevers zonder veel sofisticatie").

De put waar de gouverneur hier rechts naar wijst is een stuk oude stadsmuur zoals blootgelegd door een ploeg Franse archeologen, vóór het er in Afghanistan een beetje te heet aan toe begon te gaan. De vondsten zijn dezer dagen trouwens te bewonderen in een Afghanistan-expo van het Musée Guimet (Aziatische kunst) in Parijs - ik heb er uiteraard een kleine bedevaart naartoe gemaakt rondom (ons) Nieuwjaar, met Tomi en haar zusjes.

Wie aan de districtgouverneur vraagt wat de prioriteiten van zijn stad zijn krijgt zonder verpinken als antwoord "monumenten restaureren"; als Walter hard doorvraagt wat voor de gewone man in de gewone straat prioritair is: "o ja, drinkwater en irrigatiewater".


Aan de boom daar groeit een lamp
(en meer Afghaans restauratiewerk)